De vierde bestuurslaag “Europa” heeft zijn eigen specifieke kenmerken. Denk aan de EU-instituties, hun werkwijze, de onderlinge verhoudingen en het culturele karakter. Nederlandse ambtenaren die binnen hun werk met de EU-dimensie te maken krijgen moeten deze specifieke kenmerken kennen en ermee weten om te gaan. Dat betekent dat aandacht moeten worden besteed aan kennis en vaardigheden van de betreffende ambtenaren. Dat kan variëren van het leren belobbyen van EU-instituties, tot het verkrijgen van inzicht in actuele beleidagenda van de EU, of het ontwikkelen van een EU-strategie voor de eigen organisatie.